Mindset verandert. 40 boeren willen duurzamer werken

Deelgebied Koekange Ruinerwold en Nijeveen Kolderveen
“De mindset van boeren verandert”, zegt Koos Flinkert van het projectteam Zuidwest Drenthe. “Als eenmaal de eerste stap in duurzaam boeren is gezet, komt er vaak een vervolgstap. Ook omdat het bijdraagt aan het rendement.” Voor 2024 maken 40 boeren nieuwe plannen.

Het lukt om steeds meer boeren in de deelgebieden Koekange Ruinerwold en Nijeveen Kolderveen te enthousiasmeren om duurzamer te produceren en rekening te houden met de natuur. In 2022 deden al 38 boeren mee aan het project Boer Burger Natuur Drenthe in beide gebieden, dit jaar zijn dat er 40. “Boeren bellen ons nu spontaan op om te informeren wat ze binnen ons project kunnen doen en hoe ze dat kunnen organiseren. De bewustwording groeit en boeren sluiten ook aan bij andere projecten gericht op verduurzaming van de landbouw, zoals Duurzaam Boeren Drenthe”, vertelt Koos Flinkert, melkveehouder in Meppel, actief in het projectteam Zuidwest Drenthe. “Dat vinden wij heel positief. Want de mindset van boeren over natuurinclusief boeren was aanvankelijk terughoudend. Nu merken ze dat sommige maatregelen, zoals inzaai van grasklaver, ook positief bijdragen aan hun rendement” Het project is nu in het tweede jaar van uitvoering. De provincie Drenthe heeft vanuit de regiodeal Friesland, Groningen en Drenthe €3.000 per boer per jaar beschikbaar gesteld voor drie jaar. Voor vergoeding van maatregelen geldt €2.000 per jaar per boer (met name vergoedingen voor zaaizaad en plantmateriaal) en voor collectieve zaken €1.000 per boer per jaar. Bij gezamenlijke activiteiten van boeren kunnen ook gemeente of waterschap betrokken zijn.

Groeiproces bij boeren
“Wij kijken wat in 2024 verder mogelijk is, zoals stimuleren van ecologisch slootbeheer. De spelregels hiervoor zijn vergelijkbaar met de aanpak voor agrarisch natuurbeheer (ANLB). Er komt ook een vervolg op erfbeplanting”, vertelt Jan van Goor, die werkt als coördinator van Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe. Hij merkt dat het project een vruchtbaar groeiproces is. Flinkert vult aan: “Enkele boeren nemen grote stappen, zoals melkveehouder Rudi Hooch Antink in Koekange. Hij is al langer bezig met duurzamer produceren, bijvoorbeeld door deelname aan het Cono-duurzaamheidsprogramma.” Flinkert levert melk aan A-ware voor de Albert Heyn duurzame melkstroom. Om aan de eisen te voldoen, verduurzaamt de Drentse melkveehouder zijn bedrijf. Hij extensiveert met maximaal 18.000 liter melk per hectare en heeft 10% verschraald grasland en 17% grasklaver. “100% van ons grasland is blijvend grasland om opbouw van organische stof in de bodem en CO2-vastlegging niet te verstoren. We gaan dit jaar ook meedoen aan ecologisch slootbeheer”, zegt Flinkert. “Wij willen graag duurzaam voedsel produceren, omdat de maatschappij daar in toenemende mate naar vraagt.” De meeste collega-boeren beginnen met kleine stappen, bijvoorbeeld met inzaai van grasklaver. Een gemakkelijk te nemen stap. Net als nestkastjes ophangen of een heg aanplanten op hun erf. Of bijvoorbeeld een kruidenrijk gras-, akker- of bloemenrand of veldbonen inzaaien. “Grasklaver zorgt voor meer biodiversiteit, maar ook voor meer opbrengst en eiwit van eigen land. Het gedijt beter bij droogte en er is minder kunstmest nodig. Bij hoge kunstmestprijzen financieel ook interessant”, zegt Van Goor. “Laagdrempelige maatregelen zijn een stimulans voor vervolgmaatregelen. Na de eerste stap, zetten boeren gemakkelijk een vervolgstap.”

Ook economisch verantwoord
Melkveehouder Flinkert is eerste aanspreekpunt voor boeren in Nijeveen Kolderveen en melkveehouder Hans Vetketel voor boeren in Koekange Ruinerwold. “Wij kennen de boeren en het gebied en weten waar welke maatregelen de meeste kans van slagen hebben. Dat zorgt voor draagvlak”, zegt Flinkert. Hij vindt dat maatregelen ook economisch verantwoord moeten zijn. “Je kunt niet puur voor ideologie iets gaan doen op je bedrijf. Niet-agrariërs zien vaak niet dat duurzame maatregelen ons geld kosten. Wij willen heel graag oog hebben voor de omgeving, maar dat moet niet ten koste van ons inkomen gaan. Om die reden zijn de maatregelen in het Streefbeeld en Actieplan 2022-2024 bottum-up tot stand gekomen.” De Aeres Hogeschool deed onderzoek in 2020. Boeren in de gebieden zijn gevraagd wat voor ideeën zij hadden en hoe ze zelf invulling willen geven aan natuurinclusief boeren. Hieruit kwamen ondernemerschap, verdienmodellen, bodem, water en educatie naar voren.

Kennisuitwisseling
Tijdens groepsbijeenkomsten (drie keer per jaar) wisselen boeren kennis en ervaring uit. Dit jaar wil de gebiedscoöperatie dat versterken met meer excursies naar boeren die al langer actief zijn met natuurinclusieve landbouw. “Met vijf voorloperboeren van de 40 in ons gebied is een project Regeneratieve landbouw gestart”, zegt Van Goor. “Ze verbeteren de bodem zonder gebruik van kunstmest met toepassing van meer organische meststoffen en compost. Dat vraagt veel monitoring en geduld, want de productie valt eerst terug. Op lange termijn gaat het organische stofgehalte in de bodem en het opbrengend vermogen van de bodem stijgen. Dat duurt jaren, maar het leidt wel tot een toekomstbestendige en duurzame landbouw. Dat is uiteindelijk wat we met al onze projecten willen bereiken.”

Vervolg na 2024
Voor de continuïteit van het project vinden Van Goor en Flinkert het belangrijk dat er vanuit de provincie Drenthe een vervolg komt. “We willen boeren blijven stimuleren op de ingeslagen weg.” Van belang is ook dat maatregelen en vergoedingen vanuit de GLB-ecoregeling de activiteiten in het project niet frustreren vanwege stapeling van subsidies. Samenwerken aan duurzaamheidsdoelen met vergoeding vanuit gemeenten, waterschap of private partijen is ook een optie. “De gemeente Meppel wil bijvoorbeeld aanleg van bloemenstroken langs de weg stimuleren voor insecten. Van hieruit zou je ecologisch slootbeheer door boeren ook kunnen subsidiëren. Verbetering van waterpeilbeheer en waterkwaliteit is in samenwerking met en financiering door het waterschap eveneens een optie. Boeren laten bijvoorbeeld een bedrijfswaterplan opstellen door Equator voor het vasthouden van water”, zegt Van Goor.